Moeder in de bak: wie let er op de kinderen?
Publicatiedatum: 15-05-2012Jaarlijks worden in Nederland zo’n 4.000 minderjarige kinderen op zichzelf teruggeworpen, als hun moeder in de gevangenis terecht komt. Maatschappelijk werk, jeugdzorg, kinderbescherming, reclassering, de Centra voor Jeugd en Gezin: veel verschillende organisaties nemen een deel van de begeleiding van deze ‘gebroken’ gezinnen op zich. Toch – of juist daarom – vallen er gaten in de ketenverantwoordelijkheid. De hulp van de vrijwilligers van Humanitas komt dan als geroepen.

In Rosmalen doen de conferentiegangers een oefening uit de training van de vrijwilligers. (foto: Humanitas)
Bij het project ‘Wie let er op de kleintjes?’, dat in alle vijf vrouwengevangenissen in Nederland gaat lopen, worden goed getrainde Humanitas-vrijwilligers gekoppeld aan een gedetineerde moeder en haar kind(eren). De vrijwilliger bezoekt regelmatig het kind of de kinderen en de verzorgers om hen te ondersteunen. Doel van de ondersteuning is het in stand houden van het contact tussen moeder en kind en het versterken van de sociale omgeving van het kind.
Uniek
‘Wie let er op de kleintjes?’ is het enige project in Nederland waarbij een vrijwilliger in de thuissituatie van kinderen van een gedetineerde moeder gaat kijken om te zien of alles goed gaat en helpt om de situatie te verbeteren. De komende drie jaar wil ‘Wie let er op de kleintjes?’ minimaal 150 begeleidingstrajecten voor kinderen (en hun netwerk) realiseren, en voor even zo veel kinderen een succesvol bezoektraject tijdens de gevangenschap van hun moeder.
Beluister ook het interview dat de 16-jarige Chelina, wier moeder in de gevangenis zit, en projectleider Monique Verboven van Humanitas aan het programma 'Dit is de dag' op Radio 1 gaven.








