Blog
Blog Eva Scholte: Over respect en een dood vogeltje
Het ene moment sta je nog in de tuin naar een vogeltje te kijken en het volgende moment ligt het op je bord. Wat doe je dan? Eet je het op?
Op deze vragen zocht ik met de leerlingen van een school voor Speciaal Basisonderwijs in de Utrechtse wijk Kanaleneiland op 10 november het antwoord, tijdens een gastles in het kader van de Dag van Respect. Hoe die vogel op mijn bord terecht was gekomen? Voor het antwoord op die vraag moeten we teruggaan naar mijn jeugd.
Ter voorbereiding op de twee gastlessen die ik zou geven, begon ik na te denken over de vraag wat ik in mijn jeugd over respect heb meegekregen. En het werd me duidelijk dat ik op dat gebied de meeste wijze lessen heb geleerd van de ontmoetingen met mensen tijdens mijn reizen.
Oom Wim
Als meisje van een jaar of elf was ik geïntrigeerd door mijn oom Wim, wereldreiziger. Overal vandaan kregen we mooie kaartjes. Van de piramides van Egypte, de tempels in Mexico, vrouwen met kleurige sari’s uit India. En dat werd mijn droom: als ik later achttien ben wil ik op reis.
Tijdens mijn middelbare schooltijd spaarde ik door te werken in het magazijn van de drogist van een oom een vliegticket naar Israël en Egypte bij elkaar. Via een tante kwam ik in contact met een kindertehuis voor gehandicapte kinderen waar ik vrijwilligerswerk kon doen. Kost en inwoning en een zinnige tijdbesteding waren dus geregeld.
In het kindertehuis werkten naast buitenlandse vrijwilligers ook Palestijnen, die op de Westoever woonden. Al snel werd ik uitgenodigd om te komen eten bij de familie van één van mijn Palestijnse collega’s. Ik kwam in een leeg huis terecht, een arm gezin.
Zielige vogeltjes
Ze namen me mee naar de stoffige en rommelige achtertuin, waar een volière met tien zielige vogeltjes stond. Of het mooie vogeltjes waren? En welke ik het mooist vond? Ik wees er op goed geluk een aan, maar had geen idee waarom me dit werd gevraagd. Tot we een uur later aan tafel gingen en er een onbestemd beestje op mijn bord lag…
Verschillende kinderen van groep 8 wisten meteen wat het was: het zielige vogeltje uit de volière! En toen ik vroeg of ze dachten dat ik het diertje had opgegeten, riepen enkelen meteen: “Ja, dat heb je gedaan, uit respect!” En inderdaad, met een verkrampte lach op mijn gezicht en een knoop in mijn buik heb ik het beestje opgegeten.
De anekdote bleek een prima opstap naar een gesprek over respect en en over hoe we bij Humanitas werken vanuit respect voor de ander. Ik luisterde naar de verhalen van de kinderen over hoe zij soms minder leuke dingen hadden gedaan uit respect voor een ander. En genoot zo van hun enthousiasme en hun dromen, dat ik meteen heb toegezegd dat ik volgend jaar graag terugkom. Want kan er nu op tegen dertig enthousiaste kinderen?
Blog Eva Scholte: Waar zou Humanitas zijn zonder...
Van Limburg naar Flevoland en van Gelderland naar Zuid-Holland. Afgelopen weekend toerde ik door het hele land om afdelingen te bezoeken tijdens de DichtbijDag.
De rode draad? Overal ontmoette ik bevlogen en betrokken mensen die op hun eigen manier een steentje bijdragen aan Humanitas.
Waar zou Humanitas zijn zonder de ondernemende vrouwen Marlies, Ine, Mieke, Dore in Kerkrade……
Zij zetten hun schouders de afgelopen twee jaar onder het realsieren van de nieuwe ruilwinkel. Ik ontmoette hen tijdens de officiële opening van de winkel, waar sinds eind augustus tientallen vrijwilligers aan de slag zijn om een alternatief te bieden voor mensen met een beperkt inkomen en een ontmoetingsplaats voor mensen met beperkte contacten. Het ontmoeten is inmiddels al begonnen en ook de nieuwe ideeën worden al uitgevoerd. Zo wordt er in verloren uurtjes in de winkel nu ook taalles gegeven aan een aantal Thaise vrijwilligers, die de taal nog niet goed machtig zijn.
Bekijk van video van de DichtbijDag in Almere.
Waar zou Humanitas zijn zonder deelnemers die vrijwilligers worden, zonder Toos en Rick uit Almere….
In Almere werd de DichtbijDag onder de aandacht gebracht door 55 vrijwilligers die op vijf pleinen duizenden speciale kranten uit deelden. Ook werden de oudste (Toos, 80) en de jongste(Rick, 19) vrijwilliger in het zonnetje gezet. Samen met de wethouder Jeugdzaken overhandigde ik de vrijwilligers, die bij Humanitas terecht kwamen als deelnemer van het project Rouw, een oorkonde. Toos is nu vrijwilliger bij levensboek, terwijl Rick gastlessen geeft over rouw op scholen.
Vrijwilligers Rick en Toos krijgen een oorkonde uitgereikt door Eva Scholte en wethouder René Peeters. Foto: Humanitas.
Waar zou Humanitas zijn zonder de ontmoetingen tussen deelnemers, vrijwilligers en coördinatoren, zonder Patricia (+ Mees) Renee, Fons en Miekie uit Driebergen……
In Driebergen schoof ik aan bij een eettafel. Een bont gezelschap van vrijwilligers en deelnemers nuttigde daar een Chinese maaltijd met elkaar. Ik raakte in gesprek met drie deelnemers, een vrijwilliger en een afdelingsbestuurder. We spraken over het vertrek van veel voorzieningen van Doorn naar Driebergen, over dementie en thuiszorg en over Humanitas. En over de boodschappen in onze gelukskoekjes, die na de maaltijd bij de koffie werden geserveerd. Een mooie ontmoeting met vijf mensen waar ik met plezier aan terugdenk.
Waar zou Humanitas zijn zonder afdelingsbestuurders, zonder Liesbeth, Wim en Arjan van de afdeling Voorne, Putten, Rozenburg…..
In Spijkenisse bezocht ik de bibliotheek, waar een stand was ingericht en een hoekje om de Humanitas Chat en de chat van Uitdemin.nl te presenteren. Intussen spuide het afdelingsbestuur ter plekke leuke ideeën voor nieuwe activiteiten en projecten… Leuk om daar zo en passant getuige van te zijn.
En daarna terug naar huis om alle indrukken op een rijtje te zetten. Ik heb dit weekend tientallen Humanitas-vrijwilligers ontmoet en me laten inspireren door hun verhalen en de gesprekken.
Bijna de helft van alle afdelingen deed mee dit jaar aan de DichtbijDag, waardoor duizenden Nederlanders kennis hebben kunnen maken met ons werk. Een prachtig resultaat, waarvoor ik iedereen die zich hier zo hard voor heeft ingezet hartelijk wil bedanken!
Blog Eva Scholte: Een gevoel van vrijheid op de Canal Parade
Negentien jaar geleden leerde ik in Brazilië mijn vriendin kennen. Ruim tien jaar wonen we nu samen in Nederland. Regelmatig gaan we naar Brazilië voor familiebezoek en vakantie. Ook deze zomer ...
We spraken ook met vrienden en vriendinnen over de economische en politieke ontwikkelingen in Brazilië. En over het voortdurende geweld tegen lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders (LHBT’s). In 2010 werden in Brazilië 260 LHBT’s vermoord; iedere 36 uur één.

Eva Scholte tijdens de Canal Pride (in gebloemd shirt). Foto: Jos de Ree
Veel van onze vrienden kunnen niet vrij spreken over hun relatie op hun werk en in hun familie. Hoewel de Braziliaanse homobeweging steeds meer voor elkaar krijgt - homostellen kunnen sinds dit jaar samenlevingscontracten afsluiten- worden het homohuwelijk en een wet tegen homofobie al jaren tegengehouden door het Congres (Trouw, 6 aug 2011).

Humanitas-directeur Eva Scholte feest mee.
Maar niet alleen in Brazilië, ook in Nederland is nog veel werk te verzetten. Volgens de cijfers van het ministerie van OCW blijkt ook hier tweederde van de de LHBT’s niet vrij over hun relatie te durven praten op het werk. De situatie van transgenders is daarbij ronduit het slechtst. Transvisie, centrum voor genderdiversiteit, tot eind vorig jaar onderdeel van Humanitas, nu van Schorer, doet belangrijk werk. Dankzij een stimuleringssubsidie van het ministerie van OCW kan Transvisie dit werk de komende jaren voortzetten.
Paradijs
Toch is de situatie in Nederland in vergelijking met Brazilië in veel opzichten een paradijs. Ik heb mijzelf bijvoorbeeld in Nederland nooit gediscrimineerd gevoeld vanwege mijn relatie met een vrouw. Mede daarom heb ik zelf ook nooit meegedaan aan de Canal Parade, die onderdeel uitmaakt van de Gay Pride Amsterdam. Tot dit jaar.

De overheidboot op de Amstel.
Nog geen 24 uur na terugkeer uit Brazilië, stapte ik zaterdag op uitnodiging van minister Marja van Bijsterveldt op de boot van de rijksoverheid die de Canal Parade dit jaar opende. Op de boot voeren vertegenwoordigers mee van homo-belangenorganisaties (COC) en organisaties die zich inzetten voor de bevordering van de sociale acceptatie van homoseksuelen en transgenders. Humanitas was uitgenodigd vanwege onze inzet voor gelijkwaardigheid in haar vele activiteiten en projecten.
De Canal Parade deed me veel meer dan ik van te voren had gedacht. Op een overheidsboot meevaren waarop na elke brug het motto werd gescandeerd ‘Dit is de boot van de rijksoverheid en we zijn trots op de tolerantie in Nederland!’, maar ook met de borden ‘Het kan nog beter’ (van OCW) en ‘Weiger de weigerambtenaar’ ( COC) en daarmee aangemoedigd worden door duizenden mensen ging mij niet in koude kleren zitten.
Het feit dat ik een relatie heb met een vrouw is voor mij nooit een thema geweest en ik ben ook geen actievoerder voor homorechten. Maar varend door de grachten van Amsterdam ervoer ik heel sterk het contrast met Brazilië. Dat we de Gay Pride op zo'n manier kunnen vieren, gaf me echt een gevoel van vrijheid. En de gedachte schoot door mijn hoofd: "Jongens, wat zijn we in Nederland toch ver met de homo-emancipatie! Het eerste land met het homohuwelijk en met honderdduizenden mensen dit feest vieren."
Op één
In haar slottoespraak haalde minister Van Bijsterveldt artikel 1 van de Nederlandse Grondwet aan: "Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan."
En na mijn vakantie in Brazilië en de gesprekken daar, realiseer ik me des te meer, dat dit in ontzettend veel landen verre van vanzelfsprekend is. Vanaf vandaag zet ik mijn schouders weer onder Humanitas, om te werken aan de realisatie van onze kernwaarden, waarvan gelijkwaardigheid voor mij op nummer één staat!
Blog Eva Scholte: 'Leuke sfeer en mooie opbrengst bij Heldenrace'
Samen met Vivian, Sofie, Edwin, Ruud, Richard, Sam, Raymond, Margot, Jessica en Laura heb ik vanochtend (10 juli) meegelopen in de Heldenrace 2011 in het Amsterdamse Bos. We renden tijdens deze sp...
Hoewel het weer behoorlijk warm en broeierig was, zat de spirit er vanaf het begin goed in. Omdat we net te weinig lopers hadden, kregen we geen officiële tent om Humanitas te promoten. Maar daar was snel wat op verzonnen. Met een partytent, twee lekkere leunstoelen en een schemerlamp was in een oogwenk een ludieke plek voor Humanitas gecreëerd.

De warming up.
De dag begon om 10.30 uur met een warming-up op muziek, waarna de renners om 11.00 uur werden weggeschoten. Sportman Ruud liet iedereen zijn hielen zien en was binnen het half uur binnen. De anderen volgden op afstand, maar uiteindelijk haalden alle Humanitas-lopers de finish.
Daar wachten ons een warm welkom door collega’s, vrienden en familie. En iedere loper kreeg ook een mooie bos zonnebloemen uit handen van Zora, Ellens 6-jarige dochtertje.
Het Humanitas Team haalde bij elkaar ruim 4.900 euro op voor Humanitas. Een mooie prestatie!

Team Humanitas, minus Ruud, die aan het inlopen is.
Voor mij was het de eerste sponsorloop sinds mijn kindertijd. In het begin voelde het wat onwennig: vrienden en familie vragen om je geld te geven zodat we meer projecten en activiteiten kunnen doen voor mensen, die het even niet alleen redden . De schroom viel echter snel weg toen ik merkte dat ik overwegend enthousiaste reacties kreeg. En de sponsorgelden liepen snel binnen. Bovendien ontstond er een leuke sfeer tussen de deelnemers aan de race: ‘Hoeveel heb jij al opgehaald? Ben je al aan het trainen?’
De coördinatoren en vrijwilligers van de Humanitas Chat, het Luisterend oog, hadden snel door dat de Heldenrace een leuk evenement is. Zij renden met zijn vijven een slordige 2.000 euro bij elkaar! Het geld wordt besteed aan een uitje voor de vrijwilligers.
Ik rende voor het nieuwe project van Gezin in Balans. Een project op papier wat al bestaat en dat richt op het begeleiden van kinderen tijdens de gevangenschap van hun moeder. Voor dit project haalde ik 500 euro, een kleine, bijna symbolische bijdrage voor zo’n groot project. Maar omdat ik samen met anderen fondsen aan het benaderen ben (en de eerste financiële toezeggingen zijn al binnen) , geloof ik dat we dit project binnen afzienbare tijd kunnen realiseren.
Volgend jaar willen we weer meedoen. En dan met minstens 25 deelnemers! We hopen meer mensen enthousiast te maken voor de race, omdat we Humaitas er mee in de schijnwerpers kunnen zetten en met het opgehaalde geld zinnige en leuke activiteiten kunnen ondernemen.
Dit jaar lukte het niet een afdeling bij de race te betrekken, maar volgend jaar wordt de Heldenrace mogelijk op verschillende plaatsen in het land georganiseerd en hopen we dat ook enkele afdelingen van de partij zijn.
Zelf ben ik naast met het opgehaalde geld ook erg blij met de sportieve kant van de race. Mijn persoonlijke doel om de race helemaal uit te rennen – na 2 maanden 1 à 2 keer per week trainen - slaagde! Eens kijken of ik dat ook de komende tijd kan vasthouden...
Blog Eva Scholte: 'Aan de slag met fondsen, sponsoring en bedrijfsleven!
Zaterdag 21 mei was ik op bezoek bij de afdeling Lansingerland in Zuid Holland. Deze afdeling timmert de laatste jaren aan de weg met de projecten Vriendschappelijk huisbezoek, Thuisadministratie e...
Ik sprak met vrijwilliger Jan van Thuisadministratie. Hij is al drie jaar actief als vrijwilliger en heeft al vijf deelnemers ondersteund. “Ik hou van mensen en cijfers”, vertelde hij. “En bij Thuisadministratie kan ik werkelijk iets voor mensen betekenen. Door diplomatie en goede contacten met instanties zoals de belastingdienst lukt het me soms om schulden kwijtgescholden te krijgen. Verder ondersteun ik mensen vooral zodat ze zelf structuur in hun financiën kunnen brengen. Dit lukt vaak binnen een periode van vijf tot zeven maanden.”
Tranen
Jan ziet zichzelf nog wel een tijd als vrijwilliger bij Humanitas blijven: “Bij de intake zijn de mensen vaak in tranen. Maar tegen de tijd dat je een traject afsluit, hebben mensen weer overzicht, kunnen ze hun financiën zelf weer op orde houden of zijn ze naar een goed schuldhulpverleningstraject begeleid. Ze zijn vaak vrolijker geworden. Dat geeft me veel voldoening.”
Humanitas-directeur Eva Scholte (links) opent samen met burgemeester Ewald van Vliet (rechts) de Informatiemarkt ‘Opvoeden kan ook zo’!
Tijdens de lunch met drie afdelingsbestuursleden en een MA-consulent, die afdelingen, projecten en activiteiten vanuit het district adviseert en ondersteunt, spraken we onder meer over het belang van een goed bestuur met mensen met een netwerk in politiek, gemeentelijk bestuur en bedrijfsleven. Door constante lobby is er drie jaar geleden geld gekomen voor Thuisadministratie en een half jaar geleden voor Home-Start. Met veel kennis, kunde en plezier doet dit afdelingsbestuur zijn werk.
Na het gesprek met Jan, opende ik samen met burgemeester Ewald van Vliet de Informatiemarkt met als thema ‘Opvoeden kan ook zo’! in de bibliotheek. Het project Home-Start stond in de schijnwerpers, samen met de samenwerking met belangrijke partners als het Centrum voor Jeugd en Gezin en de bibliotheek. De eerste groep vrijwilligers is getraind en de eerste koppelingen met deelnemers zijn tot stand gekomen.
Recessie
Met de burgemeester en een wethouder wisselde ik nog van gedachten over de kansen voor Humanitas in deze tijd van economische recessie. De inzet van deskundige vrijwilligers bij tijdelijke ondersteuning sluit helemaal aan bij het nieuwe WMO-beleid (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). De wethouder nodigde de afdeling uit om met nieuwe initiatieven te komen.
In het meerjarenbeleidsplan zullen we als één van de doelstellingen de diversificatie van onze financieringsbronnen opnemen. Daar sta ik helemaal achter.
Tegelijkertijd constateer ik na dit bezoek dat goede contacten met de gemeente en financiering van een aantal projecten door gemeenten van heel grote waarde voor Humanitas zijn. We moeten de contacten met gemeenten dus vooral behouden en waar mogelijk uitbreiden en daarnaast aan de slag met fondsen, sponsoring en het bedrijfsleven!
Estafetteblog: 'Op zoek naar veerkracht van de rouwende'
Werken als vrijwilliger bij Steun bij Rouw, is dat niet erg zwaar? Niet volgens Liesbeth Timmers. Ze vertelt in het tweede deel van het estafetteblog over haar ervaringen. "Het gaat wel over zware ...
2011 is het Europees jaar van het vrijwilligerswerk. Een mooie aanleiding om stil te staan bij het belangrijke werk dat vrijwilligers doen. In een estafetteblog vertellen de vrijwilligers van Humanitas over hun ervaringen.
In het tweede blog doet Liesbeth Timmers (41) haar ervaringen als vrijwilligster bij Steun bij Rouw bij de afdeling Utrecht Stad, Lek en Weide uit de doeken.
"Sinds een paar jaar ben ik vrijwilliger Steun bij rouw van Humanitas. Van mijn omgeving krijg ik nog wel eens de vraag: “Vind je dat niet ontzettend zwaar, dat bezoeken van mensen met zoveel verdriet?” Uit de grond van mijn hart antwoord ik dan: “Nee, helemaal niet. Het gaat wel over zware dingen, maar ik vind het juist heel mooi om te doen”.
Heftig
Op dit moment begeleid ik een vrouw van ongeveer mijn eigen leeftijd die zo’n anderhalf jaar geleden haar man verloren heeft door een verkeersongeval. Dit is op zich al enorm ingrijpend: zo jong, en dan al weduwe… Maar wat haar verhaal nog extra moeilijk maakt, is dat zij door een verkeersongeval dat zij zelf een aantal jaren geleden heeft gehad ook nog kampt met hersenletsel. Hierdoor kan zij mentaal gezien niet te zwaar belast worden. Voor haar is het devies: activiteiten, maar ook emoties, beperken, afbakenen en indelen en zorgen dat er voldoende tijd en ruimte is om bij te tanken en uit te rusten. En dat dan middenin een diepgaand rouwproces… Een haast onmogelijke opgave.
Wat kan ik voor haar betekenen? Heel veel, zo blijkt telkens weer. Om te beginnen bied ik een luisterend oor en loop ik een stuk met haar mee op die zware weg van rouw. Ze kan bij mij haar verhaal kwijt, in de wetenschap dat ik er voor haar ben. Ik luister met volle aandacht, geef ruimte aan haar tranen en haar wanhoop, geef haar terug dat wat zij voelt weliswaar heftig, maar niet zorgwekkend is. Het hoort er allemaal bij in een rouwproces. Door gericht vragen te stellen, raak ik bij haar iets aan waar zij weer verder mee komt. Af en toe houd ik haar een spiegel voor, zodat ze ziet wat ze al heeft bereikt in die maanden dat ik haar nu ken.
Daarnaast denk ik ook op het praktische vlak met haar mee. Als zij wil lezen over rouw, geef ik haar exacte vindplaatsen van een aantal boeken op bol.com, zodat zij niet eindeloos hoeft te surfen. Voor mij een kleine moeite, voor haar een enorme ontlasting. Ik denk met haar mee over het creëren van ruimte in haar agenda (en daarmee in haar hoofd) om de heftigheid van rouwgevoelens die in haar naar boven komen – en waarvan zij ook zelf voelt dat ze die in alle volheid wil kunnen toelaten, hersenletsel of niet – te kunnen opvangen. Ik reik haar tips aan om de heftigheid van die rouw soms wél een beetje te kunnen aftoppen. Ik laat haar weten dat ze me kan bellen als het even niet meer wil, zodat ze weet dat ze altijd op iemand terug kan vallen (en ze doet het zelden of nooit; alleen de wetenschap dat het kan is al voldoende).
Hard werken
Is dit voor mij hard werken? Nee, eigenlijk niet. Voor mijn gevoel leun ik achterover en doet zíj het werk. Oplossen kan ik haar verdriet niet, daar ben ik mij van bewust en dat probeer ik dus ook niet. Wat ik doe, is eigenlijk heel basaal: er zijn. Niet meer, maar ook niet minder. Zij komt met dingen en ik sluit aan, loop mee, of ga even bij haar zitten in de diepe put, zodat ze zich wat veiliger voelt. En zo bereiken we dat zij stapje voor stapje verder durft te gaan. Dat ze bij een terugval niet bang is nooit meer overeind te komen. Dat ze leert te vertrouwen op haar eigen veerkracht. Ze komt er wel, dat weet ik, en dat weet zij diep van binnen ook…"
Blog Eva Scholte - 'Vrijwilligers en Kambiz in mijn hoofd'
Begin april stak de Iraanse asielzoeker Kambiz Roustayi zichzelf in brand op de Dam in Amsterdam, wanhopig geworden door de uitzichtloosheid van zijn situatie.
Al bijna tien jaar in Nederland, geen kans op een verblijfsvergunning, uitgeprocedeerd. Kambiz overleefde zijn wanhoopsdaad niet.
Het was nieuws wat aan me voorbij trok, een appèl op me deed en me machteloos doet voelen. Dat dit in Nederland gebeurt! Na er even bij stil te hebben gestaan, ging ik over tot mijn orde van de maand april: het bezoeken van alle districtsraden van Humanitas om in gesprek te gaan met leden en vrijwilligers over het strategieplan van Humanitas voor de jaren 2012- 2015.
Tijdens mijn bezoek aan district Noord is er voordat we de strategische discussie aangaan een rondje nieuwe opgezette activiteiten/ projecten. Voorzitter Froukje van de afdeling Noordenveld vertelt over de bezoekgroep Esserheem opgericht in juli 2010.
In de justitiële inrichting Esserheem in Veenhuizen zijn buitenlandse gevangenen geplaatst met een zogenaamde ‘ongewenstverklaring’. Dat houdt in dat ze na het uitzitten van hun straf Nederland worden uitgezet. Zij krijgen geen proefverlof en ontvangen geen bezoek, omdat ze in Nederland vaak geen familie of bekenden hebben. De afdelingen Noordenveld en Assen zijn in samenwerking met de humanistisch geestelijk verzorger van Esserheem een bezoekgroep gestart.
Froukje vertelt me dat na een interview met haar in een regionale krant zich spontaan 25 vrijwilligers hebben gemeld. Vrijwilligers die geïnteresseerd zijn in andere mensen, uit andere landen, die vaak weinig toekomstperspectief hebben. Van deze vrijwilligers viel er na een training en de beginfase slechts een enkeling af. De anderen bezoeken elke twee weken gedetineerden uit uiteenlopende landen.
Voor deze vrijwilligers is het contact van mens tot mens, het bezoeken op basis van gelijkwaardigheid hun belangrijkste drijfveer. De gedetineerden zijn blij met de bezoeken, met de mogelijkheid in hun eigen taal over hun verleden, heden en soms toekomst te spreken. Eén keer in de twee weken voelen ze zich even gezien en gehoord.
Heeft Kambiz zich gehoord en gezien gevoeld in Nederland? Of juist helemaal niet? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik me bemoedigd voel door een voorzitter van een afdeling van Humanitas, die met 25 gemotiveerde vrijwilligers gewoon aan de slag gaat. Vrijwilligers die tijd vrij maken om er te zijn voor buitenlandse gedetineerden, zonder veel perspectief.
In het vervolg van de avond spraken we over strategie, over transparantie, resultaten en innovatie. Het waren zinnige discussies. Maar ik reisde van Groningen terug naar Utrecht met in mijn hoofd de gedetineerden en de vrijwilligers van Esserheem. En met Kambiz.
Estafetteblog - 'De ontmoeting was hartverwarmend'
2011 is het Europees jaar van het vrijwilligerswerk. Een mooie aanleiding om stil te staan bij het belangrijke werk dat vrijwilligers doen. In een estafetteblog vertellen de vrijwilligers van Huma...
Truus Spit (68) werkt als vrijwilligster bij de Begeleide OmgangsRegeling (BOR) van Humanitas in Twente. In het eerste deel van het estafetteblog vertelt ze over haar ervaringen met dit werk.
De meisjes Wendy en Kimberley wonen bij hun vader met zijn vriendin en hun halfbroertje in Enschede. Moeder woont met haar vriend in Assen. Er was twee jaar geen contact geweest tussen moeder en haar kinderen.
Een eerste omgang wordt meestal vooraf als spannend ervaren, zo ook deze keer. Moeder (en haar vriend) waren ruimschoots op tijd op de afgesproken plek aanwezig. De kinderen werden gebracht door vader en zijn vriendin.

Truus Spit
Toen de kinderen hun moeder zagen vlogen ze er meteen op af. De ontmoeting was hartverwarmend, zowel vanuit de moeder als van de kinderen. Persoonlijk vind ik dergelijke taferelen nogal emotioneel; ze raken me zeer.
De omgang vond plaats in de speelkamer van BOR alleen met de moeder. Hoewel de kinderen al eerder een kijkje in de speelkamer hadden genomen was voor hen toch alles nieuw met allemaal nieuw spelmateriaal. Ze waren erg enthousiast en wilden alles uitproberen. Vooral het winkeltje was erg in trek, waarbij moeder en ik telkens werden gemaand om boodschappen te komen kopen.
Indringer
De kinderen hingen aan hun moeder en wilden haar overal bij betrekken. Voor moeder was het echter allemaal een beetje teveel; ze kon haar aandacht moeilijk verdelen tussen de twee meisjes. Niettemin wilde ze met de kinderen ook nog graag wat herinneringen ophalen en hen tevens toetsen wat ze zich nog konden herinneren. Mijn rol in deze omgang was zeer belangrijk, met name doordat ik ook een kind voor mijn rekening kon nemen zodat niemand aandacht te kort kwam.
Nadat ik even voor wat drinken had gezorgd trof ik bij terugkomst in de speelkamer een gezellig tafereeltje aan. Moeder en haar dochters zaten gedrieën op de grond een kaartspelletje te spelen. Op dat moment voelde ik me een beetje een indringer binnen hun intimiteit.
Het bijzondere van deze omgang was het gedrag alsof ze elkaar daags tevoren nog gezien hadden. Ze gedroegen zich puur en ongekunsteld.
Hoewel deze eerste omgang maar een uur duurde hebben ze er veel uit kunnen halen en hebben ze enorm van elkaars aanwezigheid genoten. Voor mij voelde het goed om de warmte tussen moeder en kinderen te ervaren.











