Blog Eva Scholte: Over respect en een dood vogeltje
Het ene moment sta je nog in de tuin naar een vogeltje te kijken en het volgende moment ligt het op je bord. Wat doe je dan? Eet je het op?
Op deze vragen zocht ik met de leerlingen van een school voor Speciaal Basisonderwijs in de Utrechtse wijk Kanaleneiland op 10 november het antwoord, tijdens een gastles in het kader van de Dag van Respect. Hoe die vogel op mijn bord terecht was gekomen? Voor het antwoord op die vraag moeten we teruggaan naar mijn jeugd.
Ter voorbereiding op de twee gastlessen die ik zou geven, begon ik na te denken over de vraag wat ik in mijn jeugd over respect heb meegekregen. En het werd me duidelijk dat ik op dat gebied de meeste wijze lessen heb geleerd van de ontmoetingen met mensen tijdens mijn reizen.
Oom Wim
Als meisje van een jaar of elf was ik geïntrigeerd door mijn oom Wim, wereldreiziger. Overal vandaan kregen we mooie kaartjes. Van de piramides van Egypte, de tempels in Mexico, vrouwen met kleurige sari’s uit India. En dat werd mijn droom: als ik later achttien ben wil ik op reis.
Tijdens mijn middelbare schooltijd spaarde ik door te werken in het magazijn van de drogist van een oom een vliegticket naar Israël en Egypte bij elkaar. Via een tante kwam ik in contact met een kindertehuis voor gehandicapte kinderen waar ik vrijwilligerswerk kon doen. Kost en inwoning en een zinnige tijdbesteding waren dus geregeld.
In het kindertehuis werkten naast buitenlandse vrijwilligers ook Palestijnen, die op de Westoever woonden. Al snel werd ik uitgenodigd om te komen eten bij de familie van één van mijn Palestijnse collega’s. Ik kwam in een leeg huis terecht, een arm gezin.
Zielige vogeltjes
Ze namen me mee naar de stoffige en rommelige achtertuin, waar een volière met tien zielige vogeltjes stond. Of het mooie vogeltjes waren? En welke ik het mooist vond? Ik wees er op goed geluk een aan, maar had geen idee waarom me dit werd gevraagd. Tot we een uur later aan tafel gingen en er een onbestemd beestje op mijn bord lag…
Verschillende kinderen van groep 8 wisten meteen wat het was: het zielige vogeltje uit de volière! En toen ik vroeg of ze dachten dat ik het diertje had opgegeten, riepen enkelen meteen: “Ja, dat heb je gedaan, uit respect!” En inderdaad, met een verkrampte lach op mijn gezicht en een knoop in mijn buik heb ik het beestje opgegeten.
De anekdote bleek een prima opstap naar een gesprek over respect en en over hoe we bij Humanitas werken vanuit respect voor de ander. Ik luisterde naar de verhalen van de kinderen over hoe zij soms minder leuke dingen hadden gedaan uit respect voor een ander. En genoot zo van hun enthousiasme en hun dromen, dat ik meteen heb toegezegd dat ik volgend jaar graag terugkom. Want kan er nu op tegen dertig enthousiaste kinderen?











