Estafetteblog: 'Op zoek naar veerkracht van de rouwende'
2011 is het Europees jaar van het vrijwilligerswerk. Een mooie aanleiding om stil te staan bij het belangrijke werk dat vrijwilligers doen. In een estafetteblog vertellen de vrijwilligers van Humanitas over hun ervaringen.
In het tweede blog doet Liesbeth Timmers (41) haar ervaringen als vrijwilligster bij Steun bij Rouw bij de afdeling Utrecht Stad, Lek en Weide uit de doeken.
"Sinds een paar jaar ben ik vrijwilliger Steun bij rouw van Humanitas. Van mijn omgeving krijg ik nog wel eens de vraag: “Vind je dat niet ontzettend zwaar, dat bezoeken van mensen met zoveel verdriet?” Uit de grond van mijn hart antwoord ik dan: “Nee, helemaal niet. Het gaat wel over zware dingen, maar ik vind het juist heel mooi om te doen”.
Heftig
Op dit moment begeleid ik een vrouw van ongeveer mijn eigen leeftijd die zo’n anderhalf jaar geleden haar man verloren heeft door een verkeersongeval. Dit is op zich al enorm ingrijpend: zo jong, en dan al weduwe… Maar wat haar verhaal nog extra moeilijk maakt, is dat zij door een verkeersongeval dat zij zelf een aantal jaren geleden heeft gehad ook nog kampt met hersenletsel. Hierdoor kan zij mentaal gezien niet te zwaar belast worden. Voor haar is het devies: activiteiten, maar ook emoties, beperken, afbakenen en indelen en zorgen dat er voldoende tijd en ruimte is om bij te tanken en uit te rusten. En dat dan middenin een diepgaand rouwproces… Een haast onmogelijke opgave.
Wat kan ik voor haar betekenen? Heel veel, zo blijkt telkens weer. Om te beginnen bied ik een luisterend oor en loop ik een stuk met haar mee op die zware weg van rouw. Ze kan bij mij haar verhaal kwijt, in de wetenschap dat ik er voor haar ben. Ik luister met volle aandacht, geef ruimte aan haar tranen en haar wanhoop, geef haar terug dat wat zij voelt weliswaar heftig, maar niet zorgwekkend is. Het hoort er allemaal bij in een rouwproces. Door gericht vragen te stellen, raak ik bij haar iets aan waar zij weer verder mee komt. Af en toe houd ik haar een spiegel voor, zodat ze ziet wat ze al heeft bereikt in die maanden dat ik haar nu ken.
Daarnaast denk ik ook op het praktische vlak met haar mee. Als zij wil lezen over rouw, geef ik haar exacte vindplaatsen van een aantal boeken op bol.com, zodat zij niet eindeloos hoeft te surfen. Voor mij een kleine moeite, voor haar een enorme ontlasting. Ik denk met haar mee over het creëren van ruimte in haar agenda (en daarmee in haar hoofd) om de heftigheid van rouwgevoelens die in haar naar boven komen – en waarvan zij ook zelf voelt dat ze die in alle volheid wil kunnen toelaten, hersenletsel of niet – te kunnen opvangen. Ik reik haar tips aan om de heftigheid van die rouw soms wél een beetje te kunnen aftoppen. Ik laat haar weten dat ze me kan bellen als het even niet meer wil, zodat ze weet dat ze altijd op iemand terug kan vallen (en ze doet het zelden of nooit; alleen de wetenschap dat het kan is al voldoende).
Hard werken
Is dit voor mij hard werken? Nee, eigenlijk niet. Voor mijn gevoel leun ik achterover en doet zíj het werk. Oplossen kan ik haar verdriet niet, daar ben ik mij van bewust en dat probeer ik dus ook niet. Wat ik doe, is eigenlijk heel basaal: er zijn. Niet meer, maar ook niet minder. Zij komt met dingen en ik sluit aan, loop mee, of ga even bij haar zitten in de diepe put, zodat ze zich wat veiliger voelt. En zo bereiken we dat zij stapje voor stapje verder durft te gaan. Dat ze bij een terugval niet bang is nooit meer overeind te komen. Dat ze leert te vertrouwen op haar eigen veerkracht. Ze komt er wel, dat weet ik, en dat weet zij diep van binnen ook…"







