Mantelzorg

8 oktober 2019


Ze zit aan de lange tafel in de huiskamer, samen met drie medebewoonsters. Voor haar staan een halfvolle beker met koffie en een bakje vla. Ze kijkt op als ik bij haar ga zitten, haar blik is leeg. Herkent zij me wel?

Ik voer haar een paar hapjes van de vla. "Wel doorslikken hè". Haar ogen vallen dicht, haar hoofd zakt voorover. Twee verzorgsters lopen naar haar toe en rijden haar voorzichtig naar haar kamer. "We leggen mevrouw op bed, u kunt zo naar haar toe".

Even later zit ik op een stoel naast haar bed en pak ik haar hand. "Heb je pijn", vraag ik. Haar "nee" is nog net verstaanbaar. Ze probeert nog wat te zeggen, maar de woorden blijven achter haar lippen steken.

Ik zwijg. Met mijn duim streel ik zachtjes haar breekbare hand.