VPTZ in coronatijd

'We doen wat we kunnen'

Vlak na de kerst in 2019 kwam ik voor het eerst bij haar. Een paar maanden daarvoor had ze te horen gekregen dat ze uitbehandeld was en ze was maar tien jaar ouder dan ik. Het klikte gelijk. We spraken over haar ziekte, over haar leven, haar broers en zussen, hobby's, maar ook over mijn leven. Ze was recht voor haar raap. En ze vroeg mij waarom ik voor dit vrijwilligerswerk had gekozen. Na mijn pensionering als kinderfysiotherapeute,  was ik maatje voor verschillende mensen. Ik zag een advertentie in het plaatselijke huis-aan-huiskrantje staan voor VPTZ en dacht gelijk: ‘Dat is wat voor mij! Ik ben nu zover in mijn leven dat ik nog meer kan betekenen voor een ander.’  

Mag ik je hand vasthouden?
We spraken af dat ik één keer per week zou komen. Ze hoopte op een hartinfarct, dan was het maar gebeurd. Ze verbood mij om haar dan te reanimeren. Ik vroeg haar: ‘Wat mag ik dan wel? Mag ik je hand vasthouden?’ Haar reactie was: ‘Ja, en je mag me ook een knuffel geven. Ook wel twee of drie!’  

Zwaaien en kushandjes blazen 
En toen kwam corona ... We telefoneerden veel en ik kwam geregeld onder haar balkon staan om te zwaaien en kushandjes naar boven te blazen. Toen ik weer naar haar toe mocht, zagen we elkaar op 1,5 meter afstand en spraken over euthanasie, en veel over wat haar was overkomen in haar leven.. Ze gaf mij de ‘schuld’ dat ze nog leefde. Ze zei telkens: ‘Ik ben veel te blij met jou, ik had je liever tien jaar geleden willen leren kennen.’  

Ze werd zieker en zieker en inmiddels kwam ik drie keer in de week bij haar en hielp haar met eten. Toen ik vertelde dat ik de dag ervoor mijn kindskinderen nog te eten gaf en nu haar, zei ze: ‘Wat een aparte manier om je dag door te brengen.’ We moesten er allebei om lachen. Altijd was er wel iets waar we om konden lachen.

We bellen wel ... 
Haar tweede kerst ging voorbij en eind januari belde ze me op om te zeggen dat ze niet wilde dat ik corona zou krijgen. Het was inmiddels geconstateerd in haar tehuis. Ik moest maar niet komen. We bellen wel. De maandag erop werd ik gebeld dat ze getest was, omdat ze koorts had. Dinsdagmiddag was ze positief bevonden en dinsdagavond is ze overleden. Helemaal alleen, waar ze zo bang voor was...

Bij de crematie heb ik twee klopjes op haar kist gegeven, zoals we hadden afgesproken.

Margreet Hiel, vrijwilliger VPTZ