Groningen

Lang leve de kaboutertjes

Lang leve de kaboutertjes

Ergens, veel dichterbij dan de meeste mensen denken, ligt het rozenperk waarover het hier gaat. Er bloeien een heleboel bloemen in uiteenlopende kleuren en vaak blijft iemand staan om te genieten van de rozen en hun geur. Bijna niemand weet wie het heeft aangelegd en hoe lang dat geleden is. Zo gaat dat nu eenmaal met dingen waaraan we gewend zijn.

De meneer die tegenover het perkje woont, heeft het lang onderhouden. Hij zette zelfs een tuinkabouter tussen de bloemen. Een heel gewone kabouter met een puntmuts en een schoffel die hij Joop noemde naar een toen bekende voetballer. Joop maakte jarenlang van dichtbij mee hoe de meneer de rozen verzorgde. Hij haalde de uitgebloeide bloemen weg, bestreed de bladluizen en maakte de grond los. Bemesten hoefde hij niet, daar zorgden de honden wel voor. 

Op een dag merkte Joop dat de meneer steeds meer moeite had met het losmaken van de grond. Nu was Joop nooit te beroerd geweest om de handen uit de mouwen te steken, dus voortaan gebruikte Joop zelf zijn schoffel. Dat deed hij als niemand keek, want hij was een bescheiden tuinkabouter en niet uit op complimentjes. De meneer bleef ondertussen zo goed als dat ging de rozen verzorgen, maar een paar jaar later lukte het hem niet meer alle uitgebloeide bloemen weg te halen. Joop zag dat en omdat de rozen anders minder lang zouden bloeien, nam hij ook dit op zich. Af en toe keek de meneer nog wel of er bladluis op de rozen zat, maar dat was nooit zo. Joop verjoeg de dieren zodra hij ze zag en hield het hele perkje bij. De meneer genoot van de bloemen die nog net zo mooi bloeiden als in de tijd dat hij zelf het werk verrichtte.

Soms vroegen voorbijgangers aan de meneer hoe het kwam dat het rozenperkje er zo mooi bijstond. Dan antwoordde hij glimlachend dat zijn kabouter hem hielp. Meestal lachten de mensen dan beleefd mee omdat ze dachten dat het een grapje was. Maar het was geen grap. Bescheiden helpers als Joop bestaan. Sommigen doen boodschappen, anderen houden de tuin bij en er zijn er ook die thee zetten. Alleen zijn het niet altijd kabouters. We noemen hen mantelzorgers. Soms weten ze alleen zelf niet dat ze het zijn. Dat komt omdat ze, net als Joop, beginnen met iets dat ze klein en vanzelfsprekend vinden. Geleidelijk gaan ze steeds meer doen. De wereld zou er, net als het rozenperkje, zonder hen heel wat minder mooi uitzien.

Christiaan Gevers 

Terug naar het nieuwsoverzicht