Een dagje samen weg

Het is dinsdagmiddag en ik bel aan bij mevrouw van der Laan. Nog voordat ik goed en wel binnen ben, lucht ze haar hart over een treinkaartje dat ze gekocht heeft om op stap te gaan. Ze zou met haar kleindochter gaan, maar dat ging niet door...

Nu is mevrouw van der Laan een ontzettende avonturier. Zelfs met haar Alzheimer, of misschien wel juist met haar Alzheimer, rekent ze op de vriendelijkheid van de mensheid. Ze steekt haar duim op bij de bushalte, en ze heeft zo een lift te pakken. Zeker op zondag, wanneer de bussen maar eens in het uur rijden, lift ze liever. Toch is het wel zo dat haar geheugen haar in de steek laat. Dus als mevrouw het heeft over alleen een dagje weg gaan met het kaartje en ik haar daar niet vanaf gepraat krijg, komt het idee tot me dat we wellicht samen een dagje weg kunnen gaan. Mevrouw is enthousiast, vooral als ik over de Koppelpoort in Amersfoort begin. “Dat is mijn favoriete poort in Nederland”, zegt ze. We gaan zaterdag. We hebben het samen zorgvuldig in haar agenda geschreven, met mijn telefoonnummer erbij.

Op vrijdagochtend om 09.15 ben ik net wakker, maar slaap nog half. Mijn vriend is net ontbijt aan het maken als mijn telefoon de eendengeluiden af begint te spelen die ik ingesteld heb als ringtone. Een onbekend nummer. Het blijkt een mevrouw van de NS te zijn. “Bent u Lena? Wij hebben hier een mevrouw aan de balie van in de zeventig die helemaal over haar toeren is omdat u met haar naar Amersfoort zou gaan vandaag.” De NS medewerker heeft op goed geluk het laatst gebelde telefoonnummer gebeld en gelukkig mij aan de lijn gekregen. Nadat mevrouw van der Laan van mij hoort dat ze een dag te vroeg is en ik haar gerust heb gesteld, fietst ze maar weer naar huis. “Gelukkig is het wel mooi weer, tot morgen dan dus, hè?” zegt ze nog.

Vandaag is de dag. We treffen elkaar zaterdagochtend, op het juiste perron en pakken de trein naar Amersfoort. Volgens mevrouw deugt het plekje waar we zojuist zijn gaan zitten echter niet: “Ik heb van mijn moeder geleerd dat je altijd achteruit moet rijden in een trein of bus, want als er dan een botsing is vlieg je tegen de rugleuning in plaats van door de trein heen”. Ze staat erop dat we van plek veranderen. Keurend speurt ze de coupé af, op zoek naar het beste plekje. Medepassagiers grinniken. Ik ook, binnensmonds.

We bereiken Amersfoort rond 13.00. Ik ben zelf een Amersfoortse en samen bewandelen we de leukste straatjes en bereiken we de mooiste plekjes. We eten een stroopwafel op de markt en mevrouw drinkt jus d’orange. Ook heeft ze herinneringen aan eerdere bezoekjes uit Amersfoort, en een specifieke lijst aan dingen die ze weer eens wil zien.

Mevrouw loopt aan mijn arm en is dankbaar als ik haar vertel dat er een bankje in zicht is. Teleurgesteld kijk ik op als ik zie dat het bankje op deze mooie dag helemaal vol zit, maar mevrouw van der Laan krijgt een ondeugende glans in haar ogen. “Ach mevrouw”, zegt ze terwijl ze overdreven wankelend op het bankje af komt lopen. “Ik ben zo moe”. De dames op het bankje staan beleefd op en gunnen haar het plekje van harte. Als wij allebei zitten en de dames afgedropen zijn, krijg ik een vette knipoog. “Zo doe je dat”, zegt ze.

Lena Tolboom

* Vanwege privacyredenen zijn de naam van mevrouw en het beeldmateriaal gefingeerd.