Groningen

Janny Schuiteboer

Taalcoach

Janny is vroeger altijd groepsleider in de zorg geweest. Ze werkte in internaten met meervoudig verstandelijk beperkte, slechtziende en dove kinderen. Haar laatste werkgever was het Guyot Instituut in Haren. Na haar pensionering wilde ze graag dingen met mensen blijven doen. Vandaar dat ze zich aanmeldde bij Humanitas voor vrijwilligerswerk.

Lesgeven in de Nederlandse taal

Janny heeft verschillende manieren waarop ze lesgeeft. “In de eerste plaats heb ik zelf altijd dingen voorbereid. Daarbij sluit ik nauw aan bij zaken die ik zelf leuk vind, zoals landschap en cultuur. Maar als gespreksleider begin ik altijd met de vraag of de groep het ergens over wil hebben. Als die dan met iets komt wat op dat moment in het nieuws is, bijvoorbeeld schaatsen, dan hebben we het daar uitgebreid over.

Een andere – wat ongewonere – manier van lesgeven is dat ik ook wel met een groep de stad in ga. Ik laat ze daar onder meer monumentale panden zien en dan vertel ik iets over de achtergronden van die gebouwen. Of ik neem ze mee de heide op om hen iets te vertellen over het Nederlandse landschap. Of ik ga met hen naar het Noorderzonfestival en laat ze zo kennismaken met een stukje moderne Nederlandse cultuur. Tussendoor praten we met elkaar en zo steken ze op een natuurlijke manier van alles op over de Nederlandse taal en geschiedenis.”

Improvisatietalent en gebarentaal

Janny heeft veel profijt van vaardigheden die zij als groepsleider in haar werk heeft geleerd. “Ik denk dat ik goed kan improviseren. En dat komt prima van pas als taalinstructeur. Je moet namelijk  goed kunnen inspelen op wat de deelnemers aan onderwerpen aandragen. Als zij het opeens tijdens de conversatiebijeenkomst over een bepaald onderwerp willen hebben, dan moet ik heel snel schakelen en het onderwerp dat ik zelf thuis heb voorbereid even laten rusten. Dat heb ik echt geleerd in het werken met kinderen. Hun interesse vliegt van het ene moment op het andere moment van het ene naar het andere onderwerp.

Verder heb ik ook veel aan de gebarentaal, die ik heb geleerd voor mijn laatste reguliere baan. Ik ben vrij expressief met mijn handen en mijn gezicht en ik vraag wel eens of de deelnemers daar ook last van hebben.

Maar dan hoor ik steeds: nee, nee, hou daar alsjeblieft niet mee op want dat maakt dat we jou veel beter begrijpen.”

Leuk

Janny heeft er veel voldoening van als ze merkt dat de deelnemers vooruitgang boeken. Dat is volgens haar makkelijk te constateren. “Je merkt het allereerst aan hun woordenschat: die neemt namelijk toe. Daardoor krijgen ze weer meer zelfvertrouwen en dan durven ze ook weer meer te spreken. En daarnaast merk je hun inzicht in de taal aan hun intonatie. Als iemand bijvoorbeeld iets voorleest en zijn stem wordt vlak dan is dat een teken dat hij het niet begrijpt. Want als je een tekst wel begrijpt, gaat je stem veel meer op en neer. Dus als iemand vrij eentonig begint voor te lezen, grijp ik in en vraag ik wat hij niet begrijpt aan de tekst. Zo kom je uiteindelijk toch weer verder.”

Lastig

Toch had het werk als taalinstructeur voor Janny in het begin ook wel lastige kanten. “Je moet er echt voor oppassen dat je niet eigen waarden en normen wil gaan opleggen aan de deelnemers. Bijvoorbeeld als het gaat om Nederlandse beleefheidsregels. In Nederland geven mannen en vrouwen elkaar gewoon de hand als zij met elkaar kennis maken. Maar mensen met een islamitische achtergrond hebben daar grote moeite mee. In sommige andere culturen is het niet gebruikelijk dat mannen de hand van vrouwen schudden. Na verloop van tijd ben ik daar gemakkelijker mee om gegaan. Want mijn taak als taalcoach en gespreksleider behelst het aandragen van kennis over de Nederlandse taal en gewoonten en gebruiken. Wat de deelnemers daar verder zelf mee doen, is aan hen.”

Janny vindt het dus nog steeds leuk om haar vrijwilligerswerk voor mensen met een migratie achtergrond te doen en ze hoopt er nog lang mee door te gaan.

Januari, 2017 /Tekst: Dirk Goudberg / meer over Taalondersteuning