Amsterdam en Diemen

Lezing 'Het DNA van Rouw'

Rouwzorg Amsterdam organiseerde tijdens de Week tegen Eenzaamheid i.s.m. Gemeentelijke Aanpak Eenzaamheid in Pakhuis de Zwijger een bijeenkomst voor hulpverleners die met rouwzorg te maken hebben.

Het is maandagavond 1 oktober en de Week tegen Eenzaamheid is in volle gang.

De bovenste zaal van Pakhuis de Zwijger staat in het teken van het begeleiden van rouwprocessen en is volgestroomd met deskundig publiek; hulpverleners en doorverwijzers die te maken hebben met mensen in rouw.

“Deze avond is een initiatief van de stedelijke werkgroep Rouwzorg Amsterdam” verklaart voorzitter Joke Schippers, “een samenwerkingsverband tussen non-profitorganisaties die allemaal hulp bij rouw verlenen.” Rouw hoort thuis in de Week tegen Eenzaamheid, omdat rouwenden niet zelden in een isolement belanden.

Het publiek is afgekomen op de gerenommeerde Vlaamse psycho- en rouwtherapeut Johan Maes. Hij schudde de rouwzorg onlangs stevig door elkaar met zijn boek ‘Het DNA van rouw, eigentijdse handleiding voor het omgaan met rouw en rouwenden’. 

Samen met Geerteke van Lierop, schrijfster, actrice en presentator, zal Maes een indrukwekkende avond neerzetten.

Het muzikale intermezzo komt van Shishani Vranckx, die zichzelf op gitaar begeleidt en twee prachtige nummers over eenzaamheid zingt. 

Van Lierop (1980) bijt het spits af met enkele indringende passages uit haar boek ‘Een zee van glas – over de dood die het leven dichterbij brengt.’ Twee jaar geleden verloor zij haar partner en ze verwoordt op aangrijpende wijze haar gevoelens.

Maes (1954) bepleit dat rouwzorg meer gericht moet zijn op verweven in plaats van op verwerken. “Vaak worden mensen in situaties van rouw overstelpt met ongevraagde clichés over verwerken en loslaten. Heel normerend. Ook de hulpverlening is nog te veel gericht op helpen loslaten en afscheid nemen. Dit legt een grote druk op mensen in rouw.” Maes legt uit dat een rouwperiode nooit eindigt en dat de verbinding met de overledene altijd blijft. “Het gaat niet langer om het loslaten van je geliefde. De kern van rouw is om je liefde een andere vorm te geven. Het verdriet om een dierbare verweeft zich met je identiteit.”

De titel van het boek verwijst ernaar dat het in ons DNA zit om ons te hechten in een wereld van verlies. “En hoe we daarmee omgaan vormt ons tot wie we zijn.”

Maes zijn rouwtherapie beweegt zich tussen presentie en interventie. Aan de ene kant wordt de pijn van het gemis onderkend. Maar tegelijkertijd daagt de therapie uit weer regisseur te worden van het eigen leven door het vinden van een andere manier van vasthouden. Dus eerst eren en dan pas  corrigeren.

Als Van Lierop aanschuift voor vragen uit de zaal vertelt ze hoe mensen uit haar omgeving opgelucht ademhaalden toen zij haar boek had afgerond: “Zo, nu is het klaar. Nu kan je weer verder met je leven.” Een hulpverlener uit de zaal reageert schuldbewust dat ook zij vaak op een soort afsluiting afkoerst: “Want dat maakt het voor iedereen eenvoudiger; omgaan met rouw is namelijk zo ongemakkelijk.”

 

Terug naar het nieuwsoverzicht