Delft

Interview Delftse Held(in)


‘Ik heb gewacht tot ik er voor de ander kon zijn’

Vrijwilligers die zich belangeloos inzetten voor Delft en voor Delftenaren; dat zijn Delftse Helden, die van Delft een Gouden sociale gemeente maken. Een van hen is Christine de Ruiter, vrijwilliger bij Humanitas Delft e.o. Zij ondersteunt mensen die kampen met rouw en verlies. 

Naast heel veel andere diensten biedt Humanitas Delft e.o. twee vormen van rouwondersteuning: individuele gesprekken bij mensen thuis en ontmoetingsgroepen voor lotgenoten. In beide gevallen wordt de hulp geboden door ervaren en geschoolde vrijwilligers. Christine de Ruiter (51), in het dagelijks leven interim-leidinggevende, is een van hen. Sinds zo’n tweeënhalf jaar bezoekt ze mensen die met rouw kampen en daar graag met iemand over willen praten. Daarnaast begeleidt ze, samen met een collega-vrijwilliger, een lotgenotengroep voor volwassenen die hun vader of moeder hebben verloren en die in september begint. De Ruiter: “Al jarenlang organiseert Humanitas groepen voor mensen die hun partner hebben verloren – ook zó’n groep begint in september. Dit is echter een nieuwe groep. Volwassen mensen die een ouder verloren hebben en daar erg van slag door zijn, stuiten nogal eens op onbegrip. De omgeving vindt het op een gegeven moment wel genoeg. Dan kan het een opluchting zijn om je ervaringen te kunnen delen met lotgenoten.”

Scholing
Wat maakte dat De Ruiter zich als vrijwilliger bij Humanitas Rouw en Verlies heeft aangesloten? “Ik heb tien jaar geleden mijn partner verloren, door suïcide. Ik kreeg toen heel veel steun uit mijn omgeving. Omdat ik ervaren heb hoe belangrijk dat is, was ik al langere tijd van plan om anderen daarin te gaan helpen. Maar ik heb er wel een tijd mee gewacht, zodat ik er helemaal voor die ander kan zijn – en niet in mijn eigen verhaal terechtkom.” 
Toen ze zich aansloot bij de werkgroep Rouw & Verlies, kreeg ze vanuit Humanitas een training. “Ook nu gebeurt er veel aan bijscholing en intervisie. Het is prettig om over je ervaringen te kunnen sparren met de coördinator en collega-vrijwilligers.”

Normaal 
Als rouwondersteuner bezoekt De Ruiter een cliënt gemiddeld eens per twee weken voor een gesprek. “Waar die over gaan, verschilt heel erg. De een wil bijvoorbeeld zijn verhaal kwijt omdat hij er zijn omgeving niet goed mee kan of durft te belasten. Een ander wil vooral weten of het wel ‘normaal’ is dat gevoelens zo heftig kunnen zijn. Vaak zie ik wel een bepaalde lijn in het proces. Het begint meestal met gesprekken over het overlijden zelf, daarna gaat het meer over verdriet en verlies en als het weer wat beter gaat, komen de herinneringen en vervolgens het nieuwe perspectief: hoe ga ik verder? Heeft de rouw een plek gekregen in het normale leven, dan nadert meestal ook het einde van de ondersteuning.”  

Complex
Wat De Ruiter destijds ervaren heeft en nu ook zelf in de praktijk brengt, is dat ze iemand die met rouw kampt vooral de kans biedt om gewoon verdrietig te zijn. “Het is belangrijk om naast iemand te gaan staan op de plek waar die nú is. Rouw duurt echt heel lang. Geef het tijd, laat het gaan zoals het gaat. Zeg niet: ‘Gelukkig heb je nog…’. Probeer niet met goed bedoelde adviezen iemand vooruit te helpen. Als je te snel gaat, voelt een rouwende zich niet begrepen.” 
Daarnaast is een open, tolerante houding van belang. “Rouw is veel meer dan alleen verdriet; er komen allerlei complexe gevoelens bij kijken, waaronder boosheid. Het is heel fijn als je die gevoelens kunt uiten bij iemand die daar geen oordeel over heeft.”

Terug naar het nieuwsoverzicht