Eemland

De Lotgenotengroep van Humanitas

De lotgenotengroep van Humanitas.

auteur: Teun Guyt  

'Alle werkelijke leven is ontmoeting'

Martin Buber 

'Wacht eerst maar even tot de scherpste kantjes er van af zijn. Je voelt zelf wel wanneer de tijd er rijp voor is'  zei Marion, onze uitvaartbegeleidster, tegen mij na het overlijden van mijn vrouw Gerry. Dat begreep ik. Ik had het gehad over het zoeken van contact met lotgenoten. In de zomer, een half jaar nadat Gerry overleden was, was het volgens mij wel zover. Via Marion kwam ik in contact met Ilona, coördinator Steun bij Rouw van Humanitas. We hadden een uitgebreid gesprek op een zonnig terrasje bij haar prachtige, tot B&B verbouwde, boerderij achter Hoevelaken. 'Hier heb ik wel vertrouwen in, dit ga ik doen' dacht ik, terwijl ik terugreed naar Amersfoort. In oktober zou ik bericht krijgen of er voldoende deelnemers waren om met een groep te starten.

Uiteindelijk duurde het tot halverwege november voor dat we de eerste keer bij elkaar kwamen. Acht nabestaanden en twee begeleidsters aan een lange, eikenhouten tafel met een knapperend vuur in de houtkachel achter ons. Die eerste keer viel niet direct mee. Eén voor één deden we ons verhaal en we luisterden naar de anderen. Verhalen van pijn, ziektegeschiedenissen, rouw en verdriet. Veel verdriet, er stroomden tranen. Enigszins lamgeslagen schonk ik mij, eenmaal thuisgekomen, maar een borreltje in. Of ik hier nu van op ging knappen.... Maar toch; in december kon ik niet en de derde bijeenkomst viel precies op de eerste sterfdag van Gerry. Ik had het moeilijk in die weken. Destijds was iedereen heel voorzichtig en vol begrip geweest. Ik was goed opgevangen op mijn werk en ik had volop de ruimte gekregen om in mijn eigen tempo terug te komen. Nu was het anders. Nu, een jaar later, ging mijn omgeving na afloop van de kerstvakantie weer snel over tot de orde van de dag. En ik had moeite om het ritme weer op te pakken. In de periode rond de jaarwisseling had ik het overlijden van Gerry intens herbeleefd. Alsof het allemaal nog maar een paar weken geleden gebeurt was en het hele tussenliggende jaar niet meer was geweest dan een vluchtige droom. Alsof ik opnieuw afscheid van haar had moeten nemen. Het leven ging door, nu ik nog. 'Gelukkig kan ik vanavond naar de lotgenotengroep' dacht ik op die donderdag in januari 'dan kan ik het er over hebben'. Daar aangekomen oogstte ik eerst verbaasde blikken. Dat je nu komt, op zo'n dag! Maar het deed mij goed. Het voelde vertrouwd en warm. Ik wilde die dag het gezelschap van mensen die niet hun best hoeven te doen om bij benadering te begrijpen wat je meemaakt. Mensen die uit eigen ondervinding weten waar je het over hebt. Mensen tegenover wie ik mij niet bezwaard hoefde te voelen dat ik er alweer over begon. En dat vond ik daar.

Die eerste avond waarin we elkaar onze verhalen vertelden had, hoe zwaar ook, direct een band geschapen. Ilona en Adrienne, wisten, elk aan een uiteinde van die lange tafel, met koekjes, thee en koffie een huiselijke sfeer te creëren. Zij leidden de discussie, benoemden thema's, lazen toepasselijke teksten of gedichten, letten er op dat iedereen zijn of haar verhaal kon doen en vroegen er op door. We vertelden hoe het met ons ging, waar we moeite mee hadden, waar we troost vonden, hoe we het deden met de kinderen als die er waren. Of er zaken waren waar we achteraf spijt van hadden.  Of we de confrontatie met tastbare herinneringen aan de verloren partner opzochten of juist meden. Hoe wij er op ons werk mee om gingen. We deelden de vermoeidheid waar we last van hadden, de lusteloosheid. We wezen elkaar op boeken waar we troost uit haalden. Elke avond staken wij voor onze overleden geliefden een kaarsje op, zodat wij na verloop van tijd niet alleen elkaars namen, maar ook die van de partners kenden.  Bij het afscheid kregen we, steevast, ieder een roos mee naar huis. Die avonden werden voor mij dierbare momenten, juist in een periode waarin ik er het meest behoefte aan had. De vraag 'wat is mij overkomen en hoe ga nu ik verder?' werd: 'wat is ons overkomen en wat kunnen wij elkaar daarin meegeven?'. Voor twee deelnemers bleek het allemaal toch wat te confronterend. Die waren na de eerste bijeenkomsten gestopt.

Na acht intensieve bijeenkomsten was het genoeg geweest. De belangrijkste zaken waren gewisseld. We zouden in herhalingen gaan vervallen. De voorlaatste avond kregen wij bezoek van een vrouw die al eerder aan een lotgenotengroep meegedaan had. Zij vertelde ons hoe zij de moed en het plezier in het leven weer teruggevonden had. Zij was gaan schrijven, dat had haar geholpen. Zij las wat  fragmenten aan ons voor. Wij luisterden; diep onder de indruk van haar onverwoestbare veerkracht. Daarna kwamen we nog één keer samen. We hadden kaartjes voor elkaar geschreven die wij uitwisselden, we keken terug op de avonden waar wij samen gehuild maar ook gelachen hadden en voor de laatste keer deelden wij onze ervaringen. We hadden elkaar in de rouw om onze overleden partners ontmoet, het was emotioneel en het was helend geweest. In de zomer zouden we elkaar weer een keer zien, spraken we af. En toen namen we dankbaar afscheid .

 

Amersfoort, 5 mei 2018

 

Terug naar het nieuwsoverzicht