Marinka vertelt

Vrijwilligster Vriendschappelijk Contact en Steun bij Verlies

Nadat ik met ander vrijwilligerswerk was gestopt, ben ik mij gaan beraden op mogelijkheden in mijn eigen omgeving en vond ik al snel Humanitas. Ik heb mij aangemeld voor Steun bij Rouw, maar kreeg ook de vraag of ik mij voor Vriendschappelijk Contact wilde inzetten. Dat heeft natuurlijk hetzelfde raamwerk, maar wel met een andere insteek. Het betreft vaak mensen die aan het vereenzamen zijn, of in ieder geval een heel beperkt sociaal netwerk hebben. Dan is het een uitdaging om niet alleen een vervanger te worden voor dat zo gemiste sociale contact, maar ook om te proberen de deelnemer zodanig te activeren dat er weer wat meer contacten gaan ontstaan.

Het werk is afwisselend, omdat de deelnemers zo van elkaar verschillen. Ieder brengt zijn eigen achtergrond en persoonlijkheid mee en dat maakt het boeiend om een poos met iemand samen op te trekken. Ik leer zo de mensen en hun situatie goed kennen. Meestal starten we met een bezoekje zo eens in de twee weken, soms wat vaker. Ik merk vaak dat deelnemers veel behoefte hebben om te praten over hun leven, wat ze hebben meegemaakt en hoe ze zijn geworden wie ze zijn. Luisteren is daarvoor een eerste vereiste, maar zeker ook openstaan voor de ander en onbevooroordeeld zijn. Het is mooi om te merken dat je door oprechte belangstelling en vragen stellen mensen kunt stimuleren om naar hun eigen situatie te kijken.

Afhankelijk van de situatie en de hulpvraag van de deelnemer, probeer ik altijd een manier te vinden om ergens naartoe te werken. Een stip op de horizon is voor iedereen heel belangrijk, zeker voor mensen die weinig contacten en vooruitzichten hebben, maar ook voor mensen die rouwen. Vooral in deze moeilijke corona-tijd. Ik vraag dan bijvoorbeeld waar we het bij een volgend bezoek over kunnen hebben en wat de deelnemer in de tussentijd zelf kan of wil doen. Daarmee probeer ik het eigen initiatief te stimuleren.

Mijn bezoeken in het kader van Steun bij Rouw verschillen qua accent van die van Vriendschappelijk Contact. Vaak hebben we het wel over het leven van de deelnemer, maar veel meer in de context van het verlies waar de deelnemer mee worstelt. Hoe dat in te passen is in het dagelijkse leven. Het begint altijd met veel vertellen en van mijn kant dus veel luisteren. Door het vertellen van het verhaal rondom verlies en over degene die is overleden, wordt het verlies reëel. Zo komen ook kleine details naar boven die kunnen helpen om mooie herinneringen te koesteren.

Naast mijn werk bij Humanitas ben ik ook al jaren vrijwilliger bij de Luisterlijn. Daardoor heb ik veel ervaring met het voeren van gesprekken en het heeft mij geleerd dat het vaak het beste is als je gesprekspartner zelf met iets komt. Als ik een mogelijke oplossing voor iets zou noemen, is dat natuurlijk altijd mijn eigen oplossing en niet die van de deelnemer. Vaak wordt dat dan van tafel geveegd (“dat heb ik al geprobeerd, dat werkt niet!”). Voor Humanitas deelnemers die echt bijna geen contacten hebben, kan de Luisterlijn best een prettige manier zijn om te kunnen praten. Dus soms vraag ik een deelnemer of ze wel eens van de Luisterlijn gehoord hebben, zonder overigens te melden dat ik daar zelf werk. Mensen bellen immers anoniem voor een gesprek, dus ook de vrijwilligers blijven anoniem. Dat maakt de Luisterlijn heel laagdrempelig.

Veel deelnemers ervaren problemen om bestaande contacten te blijven onderhouden. Dit kan te maken hebben met het ouder worden, of met bijvoorbeeld beperkingen. Na een verlies ervaren veel mensen vaak dat de relaties kunnen veranderen door dat verlies. Dan is het fijn om daarover van gedachten te kunnen wisselen met iemand die er onbevooroordeeld tegenaan kijkt. En soms is het eigenlijk al voldoende dat er eens iemand komt om te praten en samen naar oude fotoalbums te kijken, om zodoende wat herinneringen te kunnen vertellen. Een van mijn deelnemers kon levendig vertellen over haar jeugd in Indië en ze vond het leuk om mij daarover iets te kunnen leren.

Soms is het moeilijk om tot een afronding van het contact te komen. Het is immers de bedoeling dat de deelnemer na verloop van tijd zelf weer een beetje meer contacten heeft, of na een verlies het leven weer oppakt. Ik heb eens met andere vrijwilligers een situatie met een van mijn deelnemers besproken, omdat deze wel erg vasthield aan ons contact. Ik nam de inzichten van collega’s mee bij mijn volgende bezoek en wilde het bespreekbaar maken. Maar ze verbaasde mij door zelf aan te kondigen dat het wel weer beter ging en mijn bezoekjes dus niet meer nodig waren! Heel fijn dus, dat ze zelf tot die conclusie was gekomen en dat ze zelf ook vond dat ze vooruit gegaan was in haar mogelijkheden om dingen te regelen en wat contacten te maken.