Zoetermeer

Steun bij Verlies richt vizier op jongeren

Bijna zes maanden geleden zijn Liesbeth Sonneveldt en Mark Doornik begonnen als coördinatoren van het project ‘Steun bij Verlies’. Al vrij snel kwamen ze tot de conclusie dat het project vooral gericht is op het ondersteunen van oudere mensen die iemand verliezen. Ook het profiel van de vrijwilligers waar ze mee werken is daarop afgestemd. Al vrij snel wilden de twee nieuwe coördinatoren de bandbreedte van de doelgroep uitbreiden en het vizier ook gaan richten op het ondersteunen van jongeren en jongvolwassenen die zich in een rouwproces bevinden.

“Er zijn twee punten waarom we het project willen uitbreiden,” zegt Liesbeth Sonneveldt. “Het eerste is, dat we de doelgroep zoals die geformuleerd is toen we begonnen bij dit project te eng vinden. Maar ook de definitie van rouw vinden we te eng. Dat zijn voor ons de twee grote constateringen geweest die we gedaan hebben.”

Vergeten groep

“Als je bedenkt dat er ook heel veel jonge mensen in Zoetermeer en omgeving worden geconfronteerd met een overlijden, is het opmerkelijk dat deze nabestaanden meestal niet bereikt worden,” legt Mark Doornik de aanleiding uit. “Daarom zijn we bezig deze mensen te bereiken en richten we ons daarbij met name op jongeren vanaf veertien jaar en jongvolwassenen.” Liesbeth Sonneveldt vult aan: “Wij denken ook aan jonge mensen die een gezin hebben waar een partner wegvalt bijvoorbeeld. Die zijn zelf nauwelijks in de gelegenheid om te rouwen doordat ze in hun eentje een gezin draaiend moeten houden. We willen kijken hoe we die mensen ondersteuning en af en toe een time-out kunnen bieden, zodat ze ook aan zichzelf kunnen denken. Zij worden niet alleen geconfronteerd met hun eigen verdriet, maar moeten ook nog dat van hun kinderen helpen verwerken. En wij denken zelf dat zowel de jongeren als de jongvolwassenen op het gebied van rouwverwerking een enorm vergeten groep zijn binnen de dienstverlening die nu bestaat in Zoetermeer.”

“Dat komt doordat er vaak bij jongeren ten onrechte vanuit wordt gegaan dat ze zich wel redden,” gaat Liesbeth Sonneveldt verder. “Ze gaan weer naar school en met vrienden om, het lijkt dat het weer goed met ze gaat. En jongvolwassenen zijn gewoon enorm bezig met overleven en hebben niet eens de tijd om te rouwen. Die staan op de ‘survivalstand’, zonder dat ze zichzelf dat realiseren.”

Preventie

In het ondersteunen van die jonge mensen willen de twee nieuwe coördinatoren vooral een preventieve rol spelen. Als je die mensen niet in een vroeg stadium steun biedt kan die rouw behoorlijk verwaarloosd worden, zo stellen zij, Hierdoor zouden op een later moment veel grotere psychologische problemen kunnen ontstaan, met alle gevolgen van dien. Met het richten van het vizier op jongeren en jongvolwassenen willen ze voorkomen dat mensen in grote geestelijke nood komen. Met het inzetten op preventie kunnen ze de gemeente bovendien op termijn geld besparen, aangezien die minder jongeren hoeft te begeleiden die van het rechte pad af dreigen te gaan. Een projectplan is inmiddels naar de gemeente gestuurd.

Rouw

Naast de uitbreiding van de doelgroep, wil het nieuwe tweetal ook meer mensen in rouw helpen. “Je kunt rouwen om het verliezen van iemand, maar je kan ook rouwen om een situatie waarin je beland bent,” legt Liesbeth Sonneveldt uit. “Doordat je geconfronteerd bent met een echtscheiding of een chronisch zieke vader, moeder, broertje of zusje. Dat is ook een vorm van rouw. En er is nu natuurlijk wel het project ‘Steun na scheiding’, maar ook dat is weer uitsluitend gericht op de ouders en de praktische invulling daarvan, maar niet op de vraag hoe jongeren hiermee omgaan.”

Ouderen en jongeren

Maar hoe willen ze dat precies gaan aanpakken nu de doelgroep wordt uitgebreid? “Wat we denken in ieder geval, is dat we een heel ander profiel van vrijwilligers nodig hebben,” zegt Liesbeth Sonneveldt. “Wel vrijwilligers die op een of andere manier ervaringsdeskundig zijn, maar een heel duidelijke fit hebben met jongeren en jonge mensen.”

Het tweetal is in eerste instantie niet van plan om de oudere en jongere mensen apart de rouw te laten verwerken, maar een differentiatie aan te brengen in de soort rouw. “Iemand die zestig is en zijn of haar partner verliest staat wel op een ander moment in zijn of haar leven, maar het levert natuurlijk wel vergelijkbare dingen op met iemand die 35 is en zijn of haar partner verliest,” legt Mark Doornik uit. “Ik denk niet dat we een oudere en een jongere groep doen.”

“Als je hele strenge scheidingen in de lotgenoten gaat aanbrengen van ‘twintig tot dertig’, ‘dertig tot veertig’ etcetera, dat wordt lastiger,” plaatst hij wel een kanttekening. “Maar een jongere van achttien met iemand van 81 samen klikt niet.” Liesbeth Sonneveldt vult aan: “De impact die het overlijden van een dierbare als je rond de achttien bent op je leven hebt is zo gigantisch, dat is niet te vergelijken met iemand die achterin de zeventig is. Dat is ook zeker triest, maar je leven staat niet helemaal op z’n kop, omdat je op latere leeftijd beschikt over veel meer levenservaring.” Wel merkten ze tijdens de lotgenotengroepen dat iemand die een partner heeft verloren een heel ander verlies lijdt dan iemand die werkt aan het verlies van een ouder. Daar willen ze dan ook wel duidelijk onderscheid in maken, aangezien het hele andere verwerkingsprocessen betreft. De werkwijze blijft dus hetzelfde, alleen zal er differentiatie in het soort verdriet worden aangebracht.

Nieuwe koers In hun nieuwe koers die ze aan het varen zijn, willen de twee coördinatoren, in samenwerking met jonge vrijwilligers die ervaringsdeskundig zijn, op een laagdrempelige manier steun bieden aan jongeren. Zo willen ze ook dat er een chatmogelijkheid komt voor als de jongeren tussen de bijeenkomsten door hun verhaal kwijt willen. “Wij denken ook dat juist jongeren heel goed in staat zijn om jongeren te helpen,” gaat Liesbeth Sonneveldt verder. “Dat jongeren van een leeftijdsgenoot kunnen zien dat er leven is na het overlijden van een ouder, dat wellicht tien jaar geleden heeft plaatsgevonden.”

Enthousiasme

De nieuwe invulling van het project ‘Steun bij Verlies’, komt voort uit het enthousiasme dat de twee coördinatoren uitstralen bij het werk dat ze doen. “Het geeft veel voldoening om mensen het uitzicht te bieden dat ze er niet alleen voor staan,” zegt Mark Doornik. “Je hebt ook echt wel het idee dat je iemand een helpende hand toe kan reiken,” vult Liesbeth Sonneveldt aan. “Dat je denkt; ‘Die zou ik wel eens lekker uit de blubber willen trekken’. En dat je dat ook best wel kan doen hiermee. Uiteindelijk moet diegene het zelf doen, maar het is wel fijn als je even een handje of een duwtje krijgt en weer verder kan. Het verdriet is geen vijand, maar iets wat bij je hoort. Tegen verdriet vechten helpt niet. Het enige wat je kunt doen is proberen sterker te worden, zodat het verdriet draagbaar wordt voor je. En dat is denk ik wat we proberen te doen, mensen sterk genoeg maken zodat ze het kunnen dragen in het dagelijks leven.”

Het mooiste aan hun werk is dat ze ook zeker vooruitgang zien bij hun deelnemers. “Bij de laatste bijeenkomst hebben we mensen een cijfer laten geven voor de impact van hun verdriet op hun leven aan het begin van de cursus en nu. De meesten scoorden in het begin een twee of drie en aan het eind een zeven, acht of negen,” zegt Liesbeth Sonneveldt.

“We zorgen ervoor dat mensen in hun dagelijks leven wat beren zijn kwijtgeraakt en daardoor beter kunnen functioneren. Want verdriet oplossen, dat doen we niet,” zegt Mark Doornik. “Dat kan ook niet,” haakt Liesbeth Sonneveldt in. “Wat belangrijk is, is dat we de herinneringen aan iemand weer vreugdevol maken in plaats van verdrietig. Natuurlijk zal er altijd een pijnpuntje blijven, maar het is ook fijn om weer te durven lachen om waarom iemand leuk was. Dat is volgens mij kracht geven, dat mensen die switch kunnen maken van terugdenken in pijn naar terugdenken in vreugde.”

‘Steun bij Verlies’ start op 27 mei een nieuwe lotgenotengroep ‘Verlies van je partner’, waarvoor nog enkele plaatsen beschikbaar zijn. Later dit jaar zullen ook lotgenotengroepen starten voor ‘Verlies van een ouder’, ‘Verlies van je broer of zus’ en ‘Verlies van je kind’. In navolging van de succesvolle eerste Troostcafé-bijeenkomst op 17 mei jongstleden, zal er op zaterdag 28 juni een tweede bijeenkomst plaatsvinden. Van 14:00 uur tot 16:00 uur is iedereen welkom voor een gesprek, troost of een kopje koffie of thee in De Troostkamer (Dorpsstraat 112G).

Terug naar het nieuwsoverzicht