Ik werd vrolijk van haar bezoekjes

Op haar negentiende kwam Amanda tijdelijk in een rolstoel te zitten. “Mijn wereld werd zo klein. De ontmoetingen met Marry van Humanitas MentorMaatjes braken de week.”

Amanda 

"Toen ik negentien was, begon de functie van mijn benen uit te vallen. Daarna kreeg ik hetzelfde aan mijn armen. Ze noemden het een conversiestoornis, die ontstaat door stress. Hierdoor moest ik een tijdje een rolstoel gebruiken.

Ik woon samen met mijn zus en mijn ouders. Zij hielpen mij waar ze konden, maar hadden soms ook rust nodig. Het leek mij fijn om met iemand te kunnen kletsen. Via de gemeente zochten mijn moeder en ik naar een oplossing en zo kwamen we bij Humanitas terecht.

Met vrijwilliger Marry kon ik diepgaande gesprekken voeren, maar ook heel erg lachen. We vinden dezelfde dingen leuk, zoals bakken. Al gauw maakten we in de keuken van alles uit de oven: van muffins tot scones en taarten. Ik merkte dat ik vrolijker werd, haar bezoekjes braken de week.

Marry leeft mee, je voelt aan alles dat ze oprecht is. Dankzij haar ben ik positief gebleven. Ze bezorgde afleiding, maar steunde me ook om zelf keuzes te maken. Ik zat in een bubbel en raakte steeds meer op mezelf. Dankzij haar werd ik weer wat socialer. Na een tijdje vroeg ze of ik mee ging naar buiten. Ze heeft een Jeep waar ik helemaal gek op ben. Ik was zo blij dat het lukte om mij erin te hijsen.

Toen ik weer uit de rolstoel kwam, moest ik revalideren. Al mijn tijd gebruikte ik voor het  oefenen met lopen. We hadden allebei het gevoel dat we het konden afsluiten. Ik ben zo blij dat Humanitas MentorMaatjes bestaat. Ik vertel anderen er nu graag over. Dan zeg ik: niets moet er, alles mag."

Marry

Marry werkte jarenlang op de basisschool. Met haar vrijwilligerswerk voor Humanitas ziet ze veel overeenkomsten. 

"Jonge mensen spreken mij enorm aan. Ik heb het gevoel iets voor hen te kunnen betekenen. Mijn levenservaring - ik ben zelf in de zestig - en mijn ervaring als leerkracht in het onderwijs helpen daarbij. En zij geven mij weer energie met hun jeugdigheid.

Amanda was door ziekte aan huis gebonden. Ik werd haar maatje en ze vertelde me meteen al veel over zichzelf. Ze vond het ook leuk om iets te doen, we stonden veel in de keuken. Tijdens het koekjes en cakes bakken kwamen dan de verhalen goed los.

Toen het iets beter met haar ging, zei ik: ‘Kom, we gaan naar buiten’. Het wandelen hielp haar om na te denken over de dingen waar ze vast in zat, zoals haar werk en haar relatie. Ik luisterde, stelde soms vragen. Uiteindelijk besloot ze zelf welke volgende stappen ze wilde zetten.

Toen het beter ging met haar ziekte, dachten we op hetzelfde moment: ons contact kunnen we wel afronden. Het was mooi dat we dat op hetzelfde moment vonden.

Dit vrijwilligerswerk vind ik zo leuk omdat ik mensen in allerlei situaties mag ondersteunen. Het laat me zien dat er meer is dan ik in mijn eigen leven zie. Er bestaan vaak zo veel oordelen over mensen. Maar kennen zij wel echt de situatie van de ander? Door dit werk besef ik: we moeten niet te snel oordelen over elkaar."