In je eentje thuis zitten, ik raad het echt niemand aan’

Na een tocht langs tien asielzoekerscentra kreeg Abdul uit Syrië een verblijfsvergunning. Van vrijwilliger Katja kreeg hij hulp bij het regelen van praktische én sociale zaken.

Abdul 

“Voordat ik naar Nederland vluchtte, had ik al onderzoek gedaan naar hoe het systeem hier werkt. Nu moest ik er in de praktijk mee aan de slag. Vrijwilliger Katja hielp me erbij en al gauw had ik het door. Ik praat met iedereen, durf alles te vragen. Toen de belangrijkste dingen geregeld waren, ben ik zelf anderen gaan helpen. Soms had ik nog een kleine vraag. Dan riep ik bijvoorbeeld: ‘Katja, kan ik deze brief weggooien?’ Daarna kon ik weer verder. 

Voor mij was Maatschappelijke Begeleiding vooral belangrijk vanwege de sociale kant. We spraken altijd af in het restaurant naast Humanitas. In je eentje thuis zitten, ik raad het echt niemand aan. Ik ging niet alleen hier naartoe, maar bijvoorbeeld ook naar de woningbouwvereniging. Ik heb nergens meer een plattegrond voor nodig, ha ha.

Ik heb nu een baan gevonden, in Amsterdam. Die heb ik mede te danken aan mijn sociale netwerk dat ik in Nederland heb opgebouwd. In Groningen kom ik nog heel vaak, hier is de basis gelegd. En dan zie ik soms ook Katja, drinken we thee en lachen we veel.”

Katja

Katja kreeg andere culturen met de paplepel ingegoten. Daarom studeerde ze eerst voor arts en daarna antropologie. Ze voelt zich bij Humanitas Maatschappelijke Begeleiding, waar ze vluchtelingen of asielzoekers helpt hun weg te vinden in Nederland,  helemaal op haar plek.

“Ik ben opgegroeid in Afrika, mijn vader was daar ontwikkelingswerker. Ik ben met andere culturen grootgebracht en wilde daar iets mee doen. Eerst studeerde ik voor arts, maar dat paste toch niet helemaal bij me. Ik stapte over naar antropologie. Na mijn studie zocht ik werk en kwam ik als vrijwilliger bij dit programma van Humanitas terecht. Inmiddels ben ik er in dienst. 

Het geeft veel voldoening om mensen concreet te kunnen helpen. Ze zijn je er ook heel dankbaar voor. Het gedoe met de taal -  sommige vluchtelingen spreken geen Engels, laat staan Nederlands - vond ik een leuke uitdaging. Met de mensen die ik hier als vrijwilliger begeleidde sprak ik meestal af in een restaurant waarvan Humanitas een deel huurt. Een ideale ontmoetingsplek. Want de meeste vluchtelingen hebben niet alleen praktische hulp nodig, maar ook sociale contacten.

Abdul heb ik geholpen met zijn sofinummer en dingen als zijn zorgverzekering, het aansluiten van elektriciteit en water. Toen dat eenmaal geregeld was, hoefde ik hem eigenlijk niet meer bij te staan. Hij had alles heel snel door. Abdul ging zelf andere nieuwkomers helpen. We kwamen hier allebei elke dag, dat schept een band. Het was zo gaaf om hem zijn weg te zien vinden.”