Als je de taal niet spreekt, voel je je verloren.

Farah vluchtte  uit Iran naar Nederland. Samen met haar taalmaatje Emily werkt ze aan haar Nederlands.

Vijf jaar geleden kwam Farah met haar man en twee zoons hier wonen. Het gezin was gevlucht uit een Iran. Want in haar geboorteland voelde Farah zich nadat ze christen was geworden niet meer veilig.

Farah

“In Nederland vond ik de vrijheid waar ik mijn hele leven al naar op zoek ben. Maar als je de taal niet spreekt, voel je je alsnog verloren. Ik miste zelfvertrouwen. En die heb ik, dankzij de lessen van mijn taalmaatje Emily hervonden. Een groot geluk. Vijf jaar geleden vertrok ik samen met mijn gezin uit Iran omdat ik niet mezelf kon zijn. Ik ben bekeerd tot het christendom. Ik vind mijn hele leven al dat geloof niet iets is dat je iemand mag opdringen. Ik wil vrij zijn.

Nu probeer ik hier samen met mijn man en zoons een goed leven op te bouwen. Emily helpt me daarbij. Niet alleen door me met de taal te helpen, maar ook door veel over de cultuur te praten. Nu kan ik gewoon een praatje maken met mensen op straat. Hoewel ik nog steeds geen werk heb, kijk ik door Emily weer vooruit.”

Emily

“Farah en ik zijn samen door een heel mooi proces gegaan. In het begin durfde ze me nauwelijks aan te kijken. Zie waar we in een jaar tijd zijn gekomen! Haar hele houding is veranderd. Dat doet me goed. We hebben dan ook hard gewerkt, iedere week ben ik zo’n twee uur bij haar. We praten veel – over van alles – en oefenen de woordenschat. En die moet ze dan van mij ook weer met haar man oefenen, want je leert de taal het beste door er veel mee bezig te zijn.

Toen ik taalmaatje werd, wilde ik graag leren over verschillende culturen en iets betekenen voor anderen. Maar Farah heeft mij vooral veel gegeven. Haar dankbaarheid en gastvrijheid. Nog steeds loopt ze helemaal mee het trappenhuis in om me uit te zwaaien. Ik vind het mooi dat ze, ondanks haar moeilijke tijd in Iran en ook hier, met zoveel liefde naar andere mensen kijkt. Voor haar is iedereen gelijk.”