Ik zie het leven nu weer zitten

Toen zijn moeder overleed was dat voor Martien een groot verdriet. Dankzij de gesprekken met vrijwilliger Adrienne gaat het nu weer beter met hem.

Martien

Martien woonde samen met zijn moeder toen ze overleed. Martien heeft een licht verstandelijke beperking en werkt bij een sociale werkvoorziening.

“Toen mijn moeder overleden was dacht ik: van mij hoeft het niet meer. We hadden jarenlang samen in een huis gewoond, we deden zoveel samen. Ik voelde me alleen. Nu, een paar jaar later, zie ik het weer zitten.

Ik ken veel mensen. Maar mijn verdriet houd ik toch een beetje voor mezelf. De band die ik met mijn moeder had, die begrijpen anderen toch niet. Daarom was het zo fijn om met Adrienne te praten.

Blij

Mijn moeder is erg ziek geweest en ik zorgde voor haar. Ze is thuis overleden. Ik was erg verdrietig, maar wilde daar geen medicijnen voor. Het moest eruit, huilen was nodig. Nu nog voel ik me de ene keer goed, de andere keer weer niet. Het helpt om dingen te doen, zoals mijn dieren verzorgen, in de tuin te werken en op de rommelmarkt staan. Al mis ik haar dan juist ook zo. Want we deden die dingen meestal samen.

Ze zei het ook altijd wanneer het etenstijd was. Nu ga ik vaak te lang door met dingen. Soms wil ik graag iets vertellen over mijn moeder. Wat ben ik dan blij dat Adrienne er is.”

Adrienne

Als maatschappelijk werker had Adrienne vaak prettig contact met Humanitas. Na haar pensionering besloot ze er vrijwilliger te worden.

“Martien was voor mij de eerste deelnemer met een licht verstandelijke beperking. Na het overlijden van zijn moeder, die bij hem woonde, zocht hij een vrijwilliger die ouder was. En al wat had meegemaakt in het leven. Het klikte meteen tussen ons.

Martien had zo veel te vertellen dat ik in het begin wekelijks langskwam. Hij vindt het lastig om zijn aandacht bij het onderwerp te houden. We probeerden daarom wat langer bij één thema stil te staan. Bijvoorbeeld het ziekteproces van zijn moeder. Maar ook de leuke dingen die ze samen hebben meegemaakt.

Het is voor mij als vrijwilliger soms niet goed te zien wat hij goed kan en waar hij juist moeite mee heeft. Ik houd niet van betutteling en probeerde hem door onze gesprekken zelf aan het denken te zetten. Bijvoorbeeld over het opruimen van zijn moeders kleding. Uiteindelijk heeft hij dat initiatief zelf genomen.

Het is wat lastiger dan met mijn andere deelnemers om het contact af te bouwen. Daarom heb ik ook contact gezocht met andere instanties. Want ook als we elkaar niet meer zien heeft hij een steuntje in de rug nodig.”